Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Zitting
Beoordeling door de rechtbank
Medische beoordeling
Arbeidskundige beoordeling
Inkomenseis
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, voormalig medewerker bij een wijkbureau, meldde zich in 2017 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 2019 een WIA-uitkering. In 2020 kende het UWV haar een WGA-loonaanvullingsuitkering toe. De ex-werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop in 2022 een nieuw besluit volgde waarin de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 67,96% en een inkomenseis werd gesteld met een ingangsdatum van 21 december 2021.
Eiseres betwistte deze ingangsdatum en stelde dat deze onjuist was. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en betrouwbaar waren, en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld. Wel erkende het UWV dat de ingangsdatum van de inkomenseis onjuist was en dat deze op 1 januari 2024 had moeten ingaan.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum van de inkomenseis betreft en stelde deze datum vast op 1 januari 2024. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordelingen en correcte toepassing van de inkomenseis in WGA-uitkeringen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van het UWV voor zover de ingangsdatum van de inkomenseis is vastgesteld op 21 december 2021 en stelt deze vast op 1 januari 2024.