ECLI:NL:RBMNE:2022:4397
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning verminderd wegens onjuiste gebruiksoppervlakte referentiewoning
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2020, oorspronkelijk vastgesteld op €418.000. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €380.000 voor. Verweerder handhaaft de oorspronkelijke waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, met name vanwege onduidelijkheid over de gebruiksoppervlakte van een referentiewoning. Verweerder hanteert een gebruiksoppervlakte van 127 m2, terwijl de vastgoedkaart 132 m2 vermeldt. De gegeven verklaringen voor dit verschil zijn niet overtuigend.
Omdat eiser zijn lagere waarde niet nader heeft onderbouwd, stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €400.000. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €400.000 en het beroep wordt gegrond verklaard.