ECLI:NL:RBMNE:2022:4385
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een in 1987 gebouwde rijwoning in Utrecht, vastgesteld op €260.000 per 1 januari 2020. Eiser vordert een lagere waarde van €233.000. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen zijn opgenomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua locatie, bouwjaar en uitstraling, en de taxatiematrix houdt voldoende rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte en andere kenmerken. Eiser heeft onvoldoende onderbouwing geleverd om de vastgestelde waarde te betwisten.
Verder is het verweerschrift tijdig ontvangen en heeft eiser geen nadeel ondervonden. De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af, waaronder bezwaren over de KOUDV+L-factoren, indexering en de staat van voorzieningen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €260.000 wordt ongegrond verklaard.