ECLI:NL:RBMNE:2022:4297
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling dagloon WIA-uitkering door UWV
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het door het UWV vastgestelde dagloon van €36,20 waarop zijn WIA-uitkering is gebaseerd. Hij stelt dat het dagloon te laag is vastgesteld omdat het UWV een onjuiste referteperiode hanteert, niet al zijn loon heeft meegenomen en onterecht uitgaat van 219 werkdagen in plaats van het daadwerkelijk aantal gewerkte dagen.
De rechtbank overweegt dat het UWV de referteperiode correct heeft vastgesteld op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA en het Dagloonbesluit, namelijk één jaar terug vanaf de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. De inkomsten uit 2021 zijn terecht niet meegenomen omdat deze betrekking hebben op een re-integratieperiode waarin eiser nog niet hersteld was. Het UWV heeft ook terecht het aantal dagloondagen op 219 gesteld, conform artikel 18 van Pro het Dagloonbesluit, omdat de eerste dienstbetrekking in de referteperiode op 2 januari 2018 begon.
De rechtbank vindt dat het UWV het dagloon juist en in overeenstemming met de wet heeft vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 19 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het vastgestelde dagloon wordt ongegrond verklaard en het dagloon van €36,20 blijft gehandhaafd.