ECLI:NL:RBMNE:2022:413
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Eiseres werkte als medewerker transitieteam en meldde zich op 20 augustus 2019 ziek. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 29 november 2020, omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Na bezwaar stelde het UWV de beëindiging uit tot 17 mei 2021. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die onder meer gesprekken voerden en medische rapportages bestudeerden. De klachten van eiseres waren in de rapporten betrokken en de verzekeringsarts hield rekening met een herstelperiode na een operatie. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat het medisch oordeel onjuist was, mede omdat eiseres geen medische stukken overlegde die dit zouden onderbouwen.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld. De arbeidsdeskundige had overleg gevoerd met de werkgever en rekening gehouden met de beperkingen. De functies maatgevende arbeid, productiemedewerker industrie en baliemedewerker werden beoordeeld op geschiktheid, waarbij de functie van baliemedewerker was vervallen vanwege opleidingseisen. De rechtbank vond geen reden om de arbeidskundige beoordeling onjuist te achten.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het UWV de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.