Uitspraak
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [woonplaats], verzoekers
[derde partij]uit [woonplaats] (de vergunninghouder).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers maakten bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor interne verbouwing en het plaatsen van een bordes met trap aan de achtergevel van een rijksmonument. Zij vreesden onomkeerbare aantasting van de monumentale gevel en schending van hun privacy.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het openbreken van de muur herstelbaar is en dat de geplande werkzaamheden niet onomkeerbaar zijn. Er is geen spoedeisend belang omdat de vergunninghouder pas in november 2022 wil starten met de werkzaamheden en de trap later wordt geplaatst.
Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Het college baseerde zich op een aanvullend positief welstands- en monumentenadvies. Het eerder aangehaalde rapport van verzoekers betrof een andere aanvraag en kon daarom buiten beschouwing blijven.
De voorzieningenrechter acht het voorstelbaar dat met aanpassingen aan de trap voldoende rekening wordt gehouden met de privacybelangen van verzoekers. Daarom is een voorlopige voorziening niet nodig en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.