ECLI:NL:RBMNE:2022:3916
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding bij herziening AOW-pensioen en terugvordering
Eiser ontving een AOW-pensioen voor alleenstaanden na het overlijden van zijn partner. Verweerder stelde vast dat eiser sinds juni 2020 een gezamenlijke huishouding voert met betrokkene en wijzigde het pensioen naar het gehuwdenpensioen met terugwerkende kracht vanaf juli 2020, met terugvordering van te veel ontvangen uitkeringen.
Eiser betwistte dit, stellende dat hij de woning op zakelijke basis onderhuurt en dat er geen sprake is van financiële verstrengeling of wederzijdse zorg. De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder het gedeelde adres, financiële bijdragen, gezamenlijke huishoudelijke taken en zorgactiviteiten.
De rechtbank concludeerde dat aan het huisvestingscriterium en het zorgcriterium is voldaan en dat de gezamenlijke huishouding niet zuiver zakelijk is. Hoewel eiser niet volledig openheid gaf over alle feiten, achtte de rechtbank de beperkte terugwerkende kracht van twaalf maanden redelijk gezien de late controle.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen wordt herzien met terugwerkende kracht vanaf november 2020.