In deze zaak vordert eiseres dat Gemeente Gooise Meren haar voornemen tot verkoop van een perceel aan ProRail intrekt en een openbare selectieprocedure voert. Eiseres stelt dat de gemeente mededingingsruimte had moeten bieden aan andere gegadigden. De gemeente beroept zich op de uitzondering uit het Didam-arrest, dat stelt dat mededingingsruimte niet verplicht is als bij voorbaat vaststaat dat slechts één serieuze gegadigde bestaat.
De voorzieningenrechter stelt vast dat ProRail het perceel nodig heeft voor de realisatie van een onderstation ter verbetering van de elektriciteitsvoorziening van het spoor, een noodzakelijk project voor de continuïteit van het treinverkeer. Andere locaties zijn ongeschikt en ProRail is de enige serieuze gegadigde vanwege haar wettelijke taak en beheersconcessie.
Hoewel de publicatie van het verkoopvoornemen niet volledig aan de motiveringsvereisten voldeed, weegt dit niet op tegen het belang van de spoedeisende verkoop. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de vorderingen van eiseres onvoldoende kans van slagen hebben. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.