Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
Hierbij mijn reactie na ons telefoongesprek van vrijdagmorgen jl.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 30 juni 2017 sloten partijen een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woning tegen een aanneemsom van €207.589,38. De opdrachtgever zegde de overeenkomst op wegens ontevredenheid over de voortgang. Volgens artikel 7:764 BW Pro is bij opzegging de volledige aanneemsom verschuldigd minus de besparingen die voor de aannemer voortvloeien.
De curator van de failliete aannemer vorderde betaling van het restantbedrag dat volgens hem nog openstond, inclusief rente en incassokosten. De opdrachtgever betwistte de omvang van de gemaakte kosten en stelde dat hij al meer had betaald dan de waarde van het uitgevoerde werk volgens een onafhankelijk rapport.
De rechter oordeelde dat de opdrachtgever aan zijn stelplicht omtrent de besparingen had voldaan door een gedetailleerd rapport te overleggen. De curator had echter niet voldaan aan zijn verzwaarde mededelingsplicht om de besparingen voldoende te specificeren en te motiveren. Hierdoor werden de stellingen van de opdrachtgever als onvoldoende betwist aangenomen, wat leidde tot afwijzing van de vordering. De curator werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen wegens onvoldoende betwisting van de besparingen; curator wordt veroordeeld in proceskosten.