Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 augustus 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte op 14 februari 2022 door [slachtoffer 2] , pagina 180 tot en met 184.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 augustus 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte op 24 februari 2022 door [slachtoffer 1] , pagina 297 tot en met 301.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 24 maanden;
een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 1.690,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, hoofdelijk;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.690,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2022 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 26 dagen gijzeling,
- verklaart de vordering voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 1.974,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, hoofdelijk;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.974,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 29 dagen gijzeling,
- verklaart de vordering voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;