Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] (het college)
Inleiding
Overwegingen
Het geschil
Is de besluitvorming onzorgvuldig geweest?
Is kamerbewoning in strijd met het bestemmingsplan?
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen dan wel bedrijfsmatige activiteiten aan huis.In artikel 1 van Pro het bestemmingsplan is geen definitie opgenomen van het begrip ‘wonen’. Wel is een definitie opgenomen van het begrip ‘woning’. In artikel 14 is Pro echter geen relatie is gelegd tussen het begrip ‘woning’ en het begrip ‘wonen’. Dat betekent dat het begrip ‘woning’ niet van betekenis is voor de uitleg van het begrip ‘wonen’. Omdat het begrip ‘wonen’ niet nader is gedefinieerd, dient aansluiting te worden gezocht bij het algemeen spraakgebruik. Volgens vaste rechtspraak [1] dient in het algemeen spraakgebruik onder ‘wonen’ diverse vormen van huisvesting te worden begrepen. Daaronder valt ook het verhuren van kamers. De toelichting op het bestemmingsplan is in deze zaak niet van belang. De toelichting op het bestemmingsplan speelt pas een rol als de bestemming en bijbehorende planregels op zichzelf of in samenhang onduidelijk zijn. Daar is in dit geval geen sprake van. De beroepsgrond slaagt niet.
Valt de woonsituatie onder het overgangsrecht van het paraplubestemmingsplan?
de eerste verdiepingnaar een onzelfstandige woonruimte echter nog steeds niet succesvol een beroep worden gedaan op het overgangsrecht. Er is namelijk van een zelfstandige woonruimte een onzelfstandige woonruimte gemaakt. Daarmee wordt het gebruik gewijzigd naar een ander gebruik dat ook in strijd is met het paraplubestemmingsplan. Niet is vereist dat ‘ander strijdig gebruik’ alleen woningsplitsing kan zijn, zoals het college betoogt.