ECLI:NL:RVS:2019:192
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping last onder bestuursdwang wegens kamerverhuur niet in strijd met bestemmingsplan
De appellant is eigenaar van een pand te Castenray waar hij kamerverhuur aan personen die niet tot zijn huishouden behoren verrichtte. Het college legde hem een last onder bestuursdwang op om deze kamerverhuur te beëindigen, stellende dat dit in strijd was met het bestemmingsplan dat slechts één woning toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het begrip 'wonen' in het bestemmingsplan niet beperkt is tot één huishouden. Het verhuren van kamers aan derden valt onder het algemeen spraakgebruik van 'wonen' en is niet verboden, behalve de huisvesting van tijdelijke werknemers.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en de last onder bestuursdwang herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat bouwregels niet zonder meer het gebruik van de woning beperken en dat het begrip 'wonen' ruim moet worden uitgelegd in overeenstemming met het algemeen spraakgebruik.
Uitkomst: Het besluit tot last onder bestuursdwang wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.