ECLI:NL:RBMNE:2022:3335
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, vastgesteld op €311.000 op de waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen zijn opgenomen, waarvan de verkoopprijzen en kenmerken zijn toegelicht.
De rechtbank overweegt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede doordat de referentiewoningen vergelijkbaar zijn qua ligging, bouwjaar en uitstraling. De rechtbank wijst het beroep af, ook omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de staat van onderhoud, voorzieningen of ligging een waardedrukkend effect hebben dat niet in de referentiewoningen is verwerkt.
Daarnaast wordt geoordeeld dat verweerder niet verplicht is om in de bezwaarfase al een taxatiematrix te overleggen, mits het taxatieverslag beschikbaar is en eiser de mogelijkheid heeft om vragen te stellen. Nieuwe beroepsgronden die tijdens de zitting zijn ingebracht worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €311.000 wordt ongegrond verklaard.