Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
van die datum. In dit tussenvonnis heeft de kantonrechter [gedaagde] de gelegenheid gegeven om uiterlijk op 20 juli 2022 alsnog een verklaring ex artikel 476a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) over te leggen. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
2.De verdere beoordeling
€ 622,00(2 x tarief € 311,00)