ECLI:NL:RBMNE:2022:3141
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €339.000,- met als waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft de waarde gebaseerd op een taxatiematrix met 15 referentieobjecten, waarbij rekening is gehouden met verschillen in oppervlakte en voorzieningen.
De rechtbank overweegt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte referentieobjecten zijn marktconform en de waardebepaling is zorgvuldig uitgevoerd. Eiser heeft onvoldoende onderbouwing geleverd voor zijn lagere waarde van €303.000,-, onder meer door het ontbreken van bewijs voor gedateerde voorzieningen.
Verder wijst de rechtbank de beroepsgronden af waarin eiser stelt dat hij niet alle benodigde informatie heeft ontvangen, omdat deze gronden niet tijdig en adequaat zijn ingebracht en daarmee in strijd zijn met de goede procesorde. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €339.000,- wordt ongegrond verklaard.