Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen het UWV over de vaststelling van de beoordelingsdatum voor de toekenning van een WIA-uitkering. Eiser stelde dat de beperkingen pas vanaf 13 mei 2020 waren toegenomen, terwijl het UWV uitging van 13 februari 2019. In een eerdere tussenuitspraak had de rechtbank het UWV de gelegenheid gegeven om de gebreken in het besluit te herstellen.
Het UWV diende een aanvullende motivering in, maar deze was onvoldoende: de verzekeringsarts specificeerde niet welke behandelingen en medicatie na 13 februari 2019 waren ingezet en gaf geen toelichting op de effecten daarvan. Ook werd niet gereageerd op de foutieve datum van aanvraag in het rapport. Hierdoor kon de rechtbank niet vaststellen waarom de verslechtering al per 13 februari 2019 zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op binnen een redelijke termijn een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank zag geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien, omdat het om een medische beoordeling gaat.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit vernietigd; het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.