Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Eiser heeft zijn reactie op deze stukken op 8 november 2021 ingediend.
Daarna heeft het Uwv op 9 december 2021 een reactie van verzekeringsarts bezwaar en beroep [B] van 30 november 2021 en een reactie van arbeidsdeskundige bezwaar en beroep [C] van 7 december 2021 ingediend.
Eiser heeft vervolgens op 25 februari 2022 een reactie ingediend.
Overwegingen
Het oordeel van de rechtbank
Beoordelingskader
De medische kant van het besluit – zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
De medische kant van het besluit – inhoudelijke medische beoordeling
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.897,50.