ECLI:NL:RBMNE:2022:2490
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsplicht bijstand na onjuiste behandeling bezwaarschrift
Eiser ontvangt sinds oktober 2020 een bijstandsuitkering en is niet vrijgesteld van de arbeidsplicht volgens een besluit van 9 oktober 2020. Eiser stuurde op 15 oktober 2020 een e-mail waarin hij zijn onvrede over dit besluit uitte. Verweerder reageerde op 21 oktober 2020 door het besluit te herhalen. Eiser stelde bezwaar in tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard in het besluit van 18 maart 2021, omdat verweerder de eerdere e-mail niet als bezwaarschrift beschouwde.
Eiser betoogt dat de rapporten van het betrokken bedrijf onrechtmatig zijn en dat hij onterecht het recht op blokkering is ontnomen. De rechtbank oordeelt dat de mail van 15 oktober 2020 binnen de bezwaartermijn is gestuurd en daarom als bezwaarschrift moet worden aangemerkt, conform vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep.
Hierdoor verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit van 18 maart 2021. Verweerder wordt opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. De rechtbank ziet af van een bestuurlijke lus vanwege de noodzaak van nieuw medisch onderzoek en de onzekerheid over de duur daarvan.
Verweerder moet het griffierecht van €49,- aan eiser vergoeden. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 18 maart 2021 wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen 12 weken.