ECLI:NL:RBMNE:2022:1842
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in Lelystad met stank- en hoogspanningsklachten
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Lelystad, vastgesteld op €583.000,- voor het belastingjaar 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €459.000,- voor, onder meer vanwege stankoverlast van een nabijgelegen composteringsbedrijf, de aanwezigheid van een hoogspanningsmast en achterstallig onderhoud.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving. De rechtbank oordeelt dat deze vergelijking voldoende aannemelijk maakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De door eiser aangevoerde omstandigheden, zoals stankoverlast en ligging nabij een hoogspanningsmast, zijn onvoldoende onderbouwd om de waarde te drukken.
Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat eiser geen bewijs heeft geleverd van identieke woningen met een lagere waarde. Ook het beroep op het verbod van willekeur wordt verworpen omdat de waardebepaling en onderbouwing door verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid vallen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van €583.000,- en verklaart het beroep ongegrond.