Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder
Procesverloop
de beschikking) op grond van artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (
de Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2020 (
de waardepeildatum) van de onroerende zaak [adres] in [plaats] (
de woning), voor het kalenderjaar 2021 naar waardepeildatum 1 januari 2020 (
de waardepeildatum) vastgesteld op € 308.000,-. Met de beschikking is in één geschrift (onder meer) bekendgemaakt en verenigd de aan eiser voor het jaar 2021 opgelegde aanslagen in de van eigenaren geheven onroerendezaakbelasting (
de aanslag OZB)De heffingsmaatstaf van de aanslag is eveneens € 308.000,-.
Overwegingen
het Taxatieoverzicht) overgelegd
.Het Taxatieoverzicht bevat gegevens van de woning en van 4 vergelijkingsobjecten (de ‘
referentieobjecten’ [adres] , verkocht op 20 maart 2019 voor € 354.000,-, [adres] , verkocht op 28 februari 2019 voor € 340.000,- en [adres] ,verkocht op 17 februari 2020 voor € 330.000,-, alsmede de ‘
extra referentie’ [adres] , verkocht op 13 mei 2020 voor € 340.000).
de waardeherleiding). Bij de waardeherleiding is verweerder als volgt te werk gegaan.
de gecorrigeerde koopsom) van elk vergelijkingsobject verminderd met de deelwaarden van de tot het vergelijkingsobject behorende grond en de afzonderlijk in de waardeherleiding betrokken gebouwde delen, niet zijnde
het hoofdgebouw [2] van het vergelijkingsobject (
de gebouwde delen).
grondstaffel:
- de deelwaarden van de gebouwde delen (andere dan het hoofdgebouw) van het vergelijkingsobject, en
- de deelwaarde van de bij het vergelijkingsobject behorende grond.
de secundaire objectkenmerken) zijn in het Taxatieoverzicht aan de woning en elk van de vergelijkingsobjecten factoren voor deze secundaire kenmerken toegekend (de
KOUDV-factorenvoor de eerste vijf kenmerken en de
liggingsfactorvoor het laatste kenmerk).
de marktwaarde). De marktwaarde is naar de bedoeling van de wetgever de prijs die door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding [3] .