ECLI:NL:RBMNE:2022:1583
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat verdachte schot hoorde en hulpdiensten informeerde
Op 28 april 2021 werd het slachtoffer in de woning van verdachte in Amersfoort door een schotwond getroffen, waarna hij overleed aan een inwendige bloeding. Verdachte werd vervolgd wegens het in hulpeloze toestand laten van het slachtoffer en het niet melden van het schot aan hulpdiensten, waardoor passende medische hulp uitbleef.
De officier van justitie stelde dat verdachte het schot ongetwijfeld had gehoord en bewust cruciale informatie aan hulpdiensten had onthouden, medepleger was en daardoor schuld had aan het overlijden. De verdediging betoogde dat verdachte het schot niet heeft gehoord en dus niet wist van de beschieting, waardoor opzet of schuld ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het aannemelijke geluid van het schot, onvoldoende bewijs bestaat dat verdachte het daadwerkelijk heeft gehoord en geregistreerd. Zij baseerde dit op verklaringen, afgeluisterde gesprekken waarin verdachte ontkende het schot te hebben gehoord, en het feit dat verdachte tijdens een beeldbelgesprek met het slachtoffer's moeder was gefocust. Ook werd de vermeende bekentenis van verdachte niet als zodanig erkend.
Daarom kon niet worden vastgesteld dat verdachte onjuiste informatie aan hulpdiensten gaf. De rechtbank sprak verdachte vrij van beide feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun schadevorderingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij het schot heeft gehoord en hulpdiensten niet heeft geïnformeerd.