Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
12 maart 2019.
Hoge Raad
De verdachte was samen met zijn partner aanwezig op een feest waar zijn partner MDMA, GHB en alcohol gebruikte. Na afloop van het feest raakte zij buiten bewustzijn in een hotelkamer, waarbij de verdachte wist van haar drugsgebruik. Ondanks aandringen van anderen verzette hij zich tegen het inschakelen van medische hulp en reed hij met haar naar zijn woning in Haarlem.
Pas later realiseerde de verdachte zich de ernst van de situatie en reed naar het ziekenhuis, waar hij het medisch personeel niet informeerde over het drugsgebruik van zijn partner. De volgende ochtend overleed zij aan de gevolgen van multiorgaanfalen door de combinatie van drugs.
Het hof stelde vast dat het gedrag van de verdachte het gevaar op overlijden zodanig had verhoogd dat dit redelijkerwijs aan hem kon worden toegerekend, ook zonder vast te stellen dat tijdige hulp het overlijden had kunnen voorkomen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onjuist was en verwierp het cassatieberoep van de verdachte.
De zaak benadrukt het belang van tijdige medische interventie en volledige informatieverstrekking aan hulpverleners bij vermoedelijk levensbedreigend drugsgebruik. De verdachte werd veroordeeld voor dood door schuld wegens zijn nalatigheid en misleiding van medisch personeel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens dood door schuld door nalaten tijdig medische hulp in te schakelen en onvoldoende informeren over drugsgebruik.