Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de directie van de Dienst Wegverkeer (RDW), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
eerderdan de datum van het verzoek vervallen zal worden verklaard. Verder heeft verweerder aangegeven dat eiseres zich ook zelf tot de desbetreffende instanties kan wenden voor de nadelige financiële consequenties waarmee zij als gevolg van de tenaamstelling in het kentekenregister is geconfronteerd. Verweerder heeft er in het bestreden besluit op gewezen dat de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie beide beleidsruimte hebben met betrekking tot het naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit het op naam hebben van een voertuig. Daarbij heeft verweerder erkend dat hij de tenaamstelling abusievelijk niet per datum van het primaire besluit op 11 november 2021 vervallen heeft verklaard, maar heeft hij ook aangegeven dat hij actie heeft ondernomen ten aanzien van de financiële gevolgen hiervan. Zo heeft overleg plaatsgevonden met het Voertuigenketenoverleg en met de Belastingdienst voor boetes en vorderingen die na 8 november 2021 tot stand zijn gekomen. Verweerder heeft hierbij ter zitting toegezegd nogmaals contact op te willen nemen met de Belastingdienst en dat bekeken zal worden of verweerder mogelijk zelf eventueel ontstane schade zal compenseren indien de Belastingdienst aanslagen van na 8 november 2021 niet wil annuleren. Al deze omstandigheden samengenomen, heeft verweerder het belang van een juist kentekenregister dan ook zwaarder mogen laten wegen dan het belang van eiseres.