ECLI:NL:RBMNE:2022:1339
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Emmeloord
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Emmeloord, vastgesteld op €506.000,- door de gemeente. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €394.000,- voor. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix en een vergelijkingsmethode met referentiewoningen.
De rechtbank overweegt dat verweerder vrij is in de wijze van waardebepaling, mits de verschillen tussen de woning en referentiewoningen inzichtelijk worden gemaakt. Hoewel geen correctiepercentages of KOUDVL-factoren zijn gebruikt, acht de rechtbank de taxatiematrix met toelichting voldoende om de waardeverhouding aannemelijk te maken, mede gezien de hoge mate van vergelijkbaarheid.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde te hoog is vastgesteld. Zijn bezwaren over de onderbouwing van de indexering laat de rechtbank buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde. Ook de stellingen over de kwaliteit van de zelfbouw en ligging van de woning leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €506.000,- wordt ongegrond verklaard.