ECLI:NL:RBMNE:2022:1338
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van hoekwoning in Emmeloord
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de correctheid van de WOZ-waarde van een hoekwoning in Emmeloord centraal. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €181.000,-, terwijl eiser een lagere waarde van €165.000,- betwist. De rechtbank beoordeelt of de waardebepaling rechtmatig en voldoende onderbouwd is.
Verweerder heeft de waarde bepaald met behulp van een taxatiematrix die de woning vergelijkt met referentiewoningen van hetzelfde type. Hoewel geen gebruik is gemaakt van KOUDVL-factoren of correctiepercentages, heeft verweerder de onderhoudstoestand cijfermatig gekwalificeerd en toegelicht dat afwezige waardebepalende kenmerken als gelijk worden beschouwd. De rechtbank oordeelt dat dit voldoende inzicht geeft in de waardeverhouding, mits de referentiewoningen beperkt afwijken, wat hier het geval is.
Eiser voerde aan dat een referentiewoning niet op de openbare markt verkocht zou zijn en dat de onderbouwing van de indexering ontbrak. De rechtbank laat de eerste aanname meewegen door die referentiewoning buiten beschouwing te laten, maar acht de waarde ook zonder deze referentie voldoende onderbouwd. De klacht over de indexeringsonderbouwing wordt buiten beschouwing gelaten wegens procesorde. Daarnaast is het betoog dat de woning feitelijk een rijwoning is wegens ligging aan garageboxen onvoldoende onderbouwd om de waarde te verlagen.
De rechtbank concludeert dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €181.000,- wordt ongegrond verklaard.