ECLI:NL:RBMNE:2022:1196
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen niet onterecht
Eiseres stelde bezwaar in tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering te beëindigen per 23 maart 2021, omdat zij volgens haar meer arbeidsbeperkingen heeft dan vastgesteld. Het UWV baseerde het besluit op medische rapporten van verzekeringsartsen die voldeden aan de vereiste zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de functionele mogelijkhedenlijst (FML) zorgvuldig had beoordeeld, waarbij specifieke klachten en beperkingen werden gewogen. De stelling van eiseres dat alle beperkingen bij een depressie automatisch van toepassing zouden zijn, werd verworpen als onjuist.
Eiseres voerde meerdere punten aan waarop zij meende onterecht geen beperkingen te hebben gekregen, zoals geen afleiding door anderen, voorspelbare werksituatie, handelingstempo, uiten van gevoelens, samenwerken en contact met klanten en patiënten. De rechtbank volgde het UWV in alle punten, omdat eiseres geen medische onderbouwing leverde die de beperkingen rechtvaardigde.
Ook een urenbeperking werd niet toegekend omdat er geen sprake was van een significante energetische beperking of verhoogde rustbehoefte. De traumabehandeling die eiseres was gestart werd door de verzekeringsartsen meegenomen in hun beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.