De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2009, die momenteel verblijft op een crisisgroep. De kinderrechter heeft op 7 januari 2021 de zaak behandeld en de machtiging tot uithuisplaatsing voor twee maanden verleend, tot 23 maart 2021.
De minderjarige vertoont agressief en zelfbepalend gedrag en is meerdere malen van de groep weggelopen. Omdat hij nog niet is doorgeplaatst naar een passende verblijfplek, krijgt hij momenteel geen behandeling, wat de kinderrechter zorgelijk acht. De GI en betrokken organisaties zijn op zoek naar een passende plek, maar de termijn waarop deze vrijkomt is onduidelijk.
De vader is het niet eens met de uithuisplaatsing en pleit voor thuisplaatsing met hulpverlening in de thuissituatie, maar de kinderrechter acht dit niet passend gezien de ernstige problematiek. Er zijn afspraken gemaakt over omgang en contact met ouders en oma, die worden nageleefd.
De kinderrechter benadrukt de noodzaak om de druk op de ketel te houden en spoedig duidelijkheid te verkrijgen over de vervolgplek zodat behandeling kan starten. De griffier wordt opgedragen een nieuwe zitting te plannen vóór 23 maart 2021, waarbij de GI schriftelijk moet rapporteren over de ontwikkelingen en de vervolgplek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en mondeling uitgesproken.