ECLI:NL:RBMNE:2021:6529
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet melden gezamenlijke huishouding met ex-partner
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande vanaf november 2011. In 2017 ontving de gemeente een melding dat haar ex-partner vermoedelijk op het uitkeringsadres verbleef, wat aanleiding gaf tot een onderzoek door de gemeente Noordoostpolder. Dit onderzoek, inclusief verhoren, observaties en pintransactieanalyse, leidde tot de conclusie dat eiseres vanaf 10 januari 2019 een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-partner, zonder dit te melden.
Verweerder trok daarop het recht op bijstand in over de periode van 10 januari 2019 tot en met 31 december 2019 en vorderde een deel van de bijstand terug. Eiseres betwistte onvoldoende onderzoek en motivering, maar trok deze beroepsgrond ter zitting in. De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar ex-partner samen vier kinderen hebben en dat het hoofdverblijf van beiden op het uitkeringsadres lag, ondanks dat de ex-partner op een ander adres stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding. De onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen, observaties en financiële transacties, ondersteunden dit. Daarom was de intrekking van de bijstand en terugvordering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd.