ECLI:NL:RBMNE:2021:6508
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht per 1 januari 2019, die is vastgesteld op €415.000,-. Eiser stelt een lagere waarde van €348.000,- voor en voert diverse bezwaren aan, waaronder onduidelijkheid over trendpercentages, gebruiksoppervlakte en vergelijking met referentiewoningen.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen in de buurt zijn opgenomen, recent verkocht en vergelijkbaar qua ligging en bouwjaar. De rechtbank oordeelt dat verweerder hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
De rechtbank wijst de bezwaren van eiser af, onder meer omdat eiser te laat is met het aanvoeren van bepaalde beroepsgronden zoals het ontbreken van onderliggende stukken bij trendpercentages en bouwtekeningen. Ook is de gehanteerde gebruiksoppervlakte van 105 m2 aannemelijk en is rekening gehouden met verschillen in voorzieningen tussen de woning en referentiewoningen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.