Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
[werkgever], te [plaats] , gemachtigde: P. Spruijt
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, werkzaam als automaat operator, ontvangt sinds 2014 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na verzoeken van de werkgever tot herbeoordeling heeft het UWV op basis van medisch en arbeidsdeskundig onderzoek het arbeidsongeschiktheidspercentage verlaagd tot onder 35%, waardoor de WIA-uitkering werd beëindigd.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het medisch onderzoek in de bezwaarprocedure onzorgvuldig was omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen lichamelijk onderzoek had verricht, terwijl de lichamelijke beperkingen de grondslag vormden voor de eerdere volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelt dat op grond van de relevante jurisprudentie een lichamelijk onderzoek in bezwaar niet altijd vereist is, zeker niet wanneer in de primaire fase een geregistreerde verzekeringsarts wel lichamelijk onderzoek heeft gedaan.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een volledige heroverweging uitgevoerd, inclusief beoordeling van psychische klachten en een psychiatrische expertise, en heeft de medische informatie van eiser betrokken. De rechtbank concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden is uitgevoerd en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.