ECLI:NL:RBMNE:2021:6219
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens onduidelijkheid inkomen referteperiode
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die door verweerder is afgewezen omdat het inkomen van eiser in de referteperiode van drie jaar niet volledig kon worden vastgesteld. De discussie spitst zich toe op de periode van 12 februari 2018 tot en met 28 maart 2018, waarin eiser werkzaamheden verrichtte bij een autohandel zonder administratie of bewijs van inkomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in die periode geen inkomen had, ondanks zijn stelling dat hij niet betaald werd en schulden had. Waarnemingen tonen aan dat eiser meerdere malen werkzaamheden verrichtte, maar het inkomen kan niet schattenderwijs worden vastgesteld.
Eisers beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat hij onvoldoende heeft aangetoond dat het besluit tot afwijzing onevenredige gevolgen voor hem heeft. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wordt ongegrond verklaard omdat het inkomen van eiser niet gedurende de gehele referteperiode kan worden vastgesteld.