ECLI:NL:RBMNE:2021:6019
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde bedrijfscomplex op basis van huurwaardekapitalisatie
Eiseres, eigenaar van een bedrijfscomplex bestaande uit opslagruimte met kantoor en kantine, stelde dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld op €2.251.000,-. De heffingsambtenaar gebruikte de huurwaardekapitalisatiemethode met een huurwaarde van €261.750,-, terwijl eiseres het eigen huurcijfer van €200.000,- per jaar als marktconform en het meest geschikt beschouwde.
De rechtbank oordeelde dat het eigen huurcijfer in beginsel het beste uitgangspunt is om de huurwaarde af te leiden, tenzij bijzondere omstandigheden het ongeschikt maken. De heffingsambtenaar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de bijzondere voorwaarden in de huurovereenkomst, zoals een recht van koop, de huurprijs zouden drukken of dat de transactie niet zakelijk was.
Daarom werd de WOZ-waarde vastgesteld op het door eiseres voorgestelde bedrag van €1.582.000,-. Tevens werd de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het bedrijfscomplex wordt vastgesteld op €1.582.000,- en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.