Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was sinds mei 2018 ziekgemeld wegens hart-, oog- en spanningsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) haar uitkering per 25 november 2019, omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies waarmee zij meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon kan verdienen.
Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde zij dat zij niet in staat was de geduide functies uit te oefenen vanwege productiepieken, prikkels en concentratievereisten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts de relevante medische informatie, waaronder een brief van behandelaars, had betrokken. Er was geen aanleiding om aanvullende informatie op te vragen. De klachten van eiseres waren niet medisch onderbouwd voor beperkingen op staan en urenbeperking.
Verder waren de functies adequaat gemotiveerd als passend, waarbij de arbeidsdeskundige en verzekeringsarts concludeerden dat de functies geen langdurige concentratie vereisten en geen productiepieken voorkwamen. Eiseres slaagde er niet in de gegevens van het CBBS voldoende te betwisten.
Daarom is de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering.