Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Zorgvuldigheid van de besluitvorming, werkzaamheden als kinderarts.
Curriculum for Common Trunk Training in Paediatrics’, [1] wat dient te worden beschouwd als de Europese professionele standaard voor kinderartsen. Het voorgaande heeft niet alleen betekenis voor de positie van eiseres als kinderarts, maar de erkenning van de functie van kinderarts in de eerste lijn, extramuraal, raakt ook het algemeen belang, aldus eiseres.
Als het in een individuele herregistratie nodig is na te gaan of bepaalde werkzaamheden passen binnen het betreffende specialisme, zal de RGS te rade moeten gaan bij de betreffende vereniging. De betreffende wetenschappelijke vereniging bepaalt immers de feitelijke inhoud van het vakgebied, niet het CGS.”.Ten tijde van de aanvraag van eiseres was, zoals hiervoor al is overwogen, het Bhs van toepassing. In het Bhs is het vragen van advies aan ‘de betreffende wetenschappelijke vereniging’ niet vermeld. De Bhs is op dat punt dus minder specifiek dan het Kaderbesluit CGS, dat van toepassing is op latere aanvragen. De rechtbank gaat er vanuit dat met het Kaderbesluit CGS niet is beoogd om herregistraties op een andere manier te beoordelen, en beschouwt de door verweerder aangehaalde passage als codificatie van de bestendige praktijk. Van een onjuiste of onzorgvuldige procedure omdat verweerder bij de NVK (daaronder begrepen de PVC) te rade is gegaan, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Eiseres meent dat haar aanvraag bij de PVC in tot haar herleidbare vorm ‘op tafel’ heeft gelegen, maar dat standpunt heeft zij niet onderbouwd. Van vooringenomenheid is niet gebleken. De NVK is een wetenschappelijke beroepsvereniging en is – ook volgens eiseres – deskundig op het gebied van de inhoud van het vakgebied kindergeneeskunde. Naar het oordeel van de rechtbank getuigt het daarom niet van onzorgvuldigheid of willekeur dat verweerder bij de voorbereiding van zijn besluit gebruik heeft gemaakt van een advies van de NVK.
communis opinioin de kindergeneeskunde dat eerstelijns publieke jeugdgezondheidszorg – voor een groot deel preventieve zorg – niet tot het domein van de kindergeneeskunde behoort. Dit gezichtspunt legt echter weinig gewicht in de schaal omdat het voor de beoordeling van de zaak alleen gaat om de vraag of de werkzaamheden die eiseres heeft verricht zijn aan te merken als gebruikelijk binnen het specialisme. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werkzaamheden van eiseres niet in voldoende mate vallen binnen het specialisme kindergeneeskunde. Eiseres heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt, zodat de beroepsgrond van eiseres niet slaagt.
De rechtbank is het niet met het laatstgenoemde argument van verweerder eens dat dit enkel het belang van de kinderen raakt, omdat de rechtbank begrijpt dat eiseres als arts de intentie heeft om de best mogelijke zorg te leveren en zij stellig vreest dat zij in die mogelijkheid beperkt wordt. De rechtbank is het echter wel met verweerder eens dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres kon uitvallen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat verweerder, zoals hiervoor in het kader van het beroep op het vertrouwensbeginsel is overwogen, het belang van een inhoudelijk juiste registratie doorslaggevend mocht achten.
Beslissing
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Bijlage wet- en regelgeving
Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)
Artikel 14
Regeling Specialismen en Profielen Geneeskunst van de KNMG (Regeling)
Besluit herregistratie specialisten
b. de kwaliteit van de zorg te bevorderen, voor zover deze beïnvloed wordt door de deskundigheid en het (individueel en in groepsverband) functioneren van de specialist.
a. het specialisme in voldoende mate en regelmatig heeft uitgeoefend;
b. in voldoende mate heeft deelgenomen aan geaccrediteerde deskundigheidsbevorderende activiteiten;
c. in voldoende mate aan regelmatige evaluatie van individueel functioneren heeft deelgenomen;