Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Inleiding
De beoordeling van de zaken
Eiser heeft op zijn beurt de door hem voorgestane, niet nader gespecificeerde lagere waarde ook niet aannemelijk gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vaststelling van de WOZ-waarden van drie onroerende zaken centraal: twee woningen en een bedrijfsobject. Verweerder heeft de WOZ-waarden voor het belastingjaar 2020 vastgesteld en eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt per object of de vastgestelde waarden marktconform zijn.
Voor woning 1 baseert verweerder zich op het eigen aankoopcijfer van eiser, dat de rechtbank als marktconform aanmerkt. Eiser betwist dit, maar de rechtbank wijst dit af omdat de beschikking betrekking heeft op het gehele perceel en het aankoopbedrag passend is geïndexeerd. Voor woning 2 is de vergelijkingsmethode toegepast met drie referentiewoningen. Hoewel eiser kritiek heeft op de kwalificatie van voorzieningen en het energielabel, acht de rechtbank de gehanteerde waardering voldoende onderbouwd.
Voor het bedrijfsobject heeft verweerder de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast, maar heeft niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken, zoals huurcijfers en huurovereenkomsten, verstrekt. De rechtbank constateert hierdoor een informatieachterstand voor eiser en een schending van artikel 8:42 Awb Pro. Daarom krijgt verweerder de gelegenheid om deze gegevens alsnog te overleggen, al dan niet met een verzoek tot beperkte kennisneming, waarna de procedure wordt voortgezet. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de WOZ-waarden van de woningen maar houdt de beslissing aan voor het bedrijfsobject vanwege ontbrekende huurgegevens en geeft verweerder gelegenheid deze alsnog te verstrekken.