Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 november 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] , uit [woonplaats] , eiser, en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Inleiding
Overwegingen
erop wijzenof
redelijkerwijs doen vermoedendat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de beschikking wordt aangevraagd. [4] Met betrekking tot feiten en omstandigheden die
erop wijzendat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten bepaalt de Wet bibob vervolgens dat daaronder een onherroepelijke beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete wordt verstaan, en een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete waartegen beroep is ingesteld, waarop de bestuursrechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. [5]