Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.UTR 21/2419
2.UTR 21/2523
[derde-partij],
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren voor het bouwen en gebruiken van een recreatiewoonboot met berging op een perceel in het buitengebied. Eiser en de Stichting Commissie voor de Vecht en het Oostelijk en Westelijk Plassengebied hebben hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaken samengevoegd behandeld en op 8 november 2021 een tussenuitspraak gedaan.
De rechtbank toetst of het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen en beoordeelt onder meer de ruimtelijke onderbouwing, het bestemmingsplan en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De vergunning betreft een recreatiewoonboot van 18 meter lang en 6 meter breed, terwijl het bestemmingsplan een breedte van 4,5 meter toestaat. De rechtbank concludeert dat de ruimtelijke impact van de extra breedte ruimtelijk aanvaardbaar is en dat de vergunning ook betrekking heeft op strijdig gebruik van gronden met de bestemming 'Water'.
De rechtbank stelt dat de vergunning voorziet in nieuwe bebouwing buiten bestaand stedelijk gebied en dat het bebouwde oppervlak wordt vergroot, wat in strijd is met artikel 5c van de PRV. Omdat de PRV een ontheffingsmogelijkheid biedt, stelt de rechtbank het college in de gelegenheid binnen veertien weken dit gebrek te herstellen door een ontheffing aan te vragen bij gedeputeerde staten. De procedure wordt aangehouden totdat het gebrek is hersteld of geweigerd, waarna een einduitspraak volgt.
De rechtbank oordeelt verder dat de Stichting ontvankelijk is in haar beroep omdat zij een rechtstreeks bij het besluit betrokken algemeen belang behartigt. De overige beroepsgronden worden afgewezen. De uitspraak is een tussenuitspraak en er staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank stelt het college in de gelegenheid het besluit te herstellen wegens strijd met artikel 5c van de PRV en houdt verdere beslissing aan.