ECLI:NL:RBMNE:2021:5353
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schuman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing taxatiematrix
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht voor het belastingjaar 2020, vastgesteld op € 903.000,- met waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder heeft de waarde bij bezwaar herzien naar € 873.000,-. Eiser stelt een lagere waarde van € 740.000,- voor.
De rechtbank beoordeelt de onderbouwing van de WOZ-waarde aan de hand van een taxatiematrix waarin verweerder drie referentiewoningen vergelijkt met de woning van eiser. De rechtbank oordeelt dat één referentiewoning niet vergelijkbaar is vanwege verschillen in inhoud, kaveloppervlakte, renovatiestatus en verkoopdatum, en sluit deze uit de beoordeling uit.
Met de overige twee referentiewoningen heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de verschillen in gebruiksoppervlakte, voorzieningen en kavelgrootte adequaat zijn meegewogen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de waarde te hoog zou zijn. De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.