ECLI:NL:RBMNE:2021:5244
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete kinderopvang wegens onjuiste BKR-overtredingen en bevestiging boete koppeling PRK
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 28 oktober 2021 een zaak waarin een kinderopvangorganisatie een bestuurlijke boete kreeg opgelegd wegens overtredingen van de Wet kinderopvang (Wko), met name het niet naleven van de beroepskracht-kindratio (BKR) en het ontbreken van een koppeling in het Personenregister Kinderopvang (PRK).
Na onderzoek en beoordeling van inspectierapporten, administraties en verklaringen van medewerkers oordeelde de rechtbank dat voor vier van de zes geconstateerde BKR-overtredingen onvoldoende bewijs bestond. De rechtbank vond aannemelijk dat op die dagen kinderen waren overgeplaatst naar andere groepen en dat de beroepskrachten adequaat waren ingezet, ondanks administratieve fouten. Hierdoor werden de boetes voor die dagen vernietigd.
Voor twee dagen (16 en 21 augustus 2019) werd vastgesteld dat de BKR daadwerkelijk was overschreden, waarvoor een boete van €10.000,- passend werd geacht. Daarnaast werd een boete van €2.000,- bevestigd voor het feit dat een medewerker werkzaamheden verrichtte voordat de koppeling met de houder in het PRK was voltooid, wat een ernstige overtreding betreft.
De rechtbank oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen, dat de boetes proportioneel waren en dat de belangen van de eiseres voldoende waren gewogen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit deels vernietigd en het boetebedrag vastgesteld op €12.000,-. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Boetes voor vier BKR-overtredingen vernietigd, boete van €12.000,- bevestigd voor twee BKR-overtredingen en koppeling PRK.