ECLI:NL:RBMNE:2021:5161
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanslag zuiveringsheffing terecht opgelegd aan eigenaar appartement verhuurd aan studenten
Eiser is eigenaar van een appartement dat hij verhuurt aan twee studenten die elk een eigen kamer hebben en gezamenlijk voorzieningen delen. Eiser stelt dat de studenten een met een gezin gelijk te stellen leefeenheid vormen, waardoor het pand als woonruimte zou moeten worden aangemerkt. Verweerder stelt dat het pand geen woonruimte is, maar een bedrijfsruimte, omdat de kamers apart worden verhuurd.
De rechtbank beoordeelt dat het pand niet wordt bewoond door een met een gezin gelijk te stellen leefeenheid, omdat de huurders geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren en geen bindende factoren hebben buiten het gezamenlijk gebruik van voorzieningen. Op grond hiervan is de aanslag zuiveringsheffing bedrijven terecht opgelegd.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend voor vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling. De rechtbank stelt vast dat de termijn met een half jaar is overschreden en veroordeelt de Staat tot betaling van € 500,- aan eiser. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag zuiveringsheffing bedrijven is terecht opgelegd en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.