ECLI:NL:RBMNE:2021:5093
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardebepaling woning in Utrecht
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning in Utrecht waarvan de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2020 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €557.000,-. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld vanwege onder meer het niet in acht nemen van eerdere afspraken over restgrond, een onrechtmatige waardeverhoging door een niet vermelde schuur, en schending van het gelijkheidsbeginsel door lagere waarderingen van vergelijkbare woningen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar vrij is in de keuze van vergelijkingsobjecten, mits deze voldoende vergelijkbaar zijn en verschillen adequaat worden verdisconteerd. Eiser kon niet aantonen dat er minstens twee identieke woningen zijn die lager zijn gewaardeerd, waardoor het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Daarnaast is volgens vaste rechtspraak de WOZ-waarde van voorgaande jaren niet relevant voor de waardebepaling van het huidige jaar.
De rechtbank acht de gebruikte taxatiematrix en de onderbouwing van de heffingsambtenaar voldoende en redelijk, onder meer door toepassing van een grondstaffel voor restgrond. De stellingen van eiser over eerdere toezeggingen zijn onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling van de woning wordt ongegrond verklaard.