ECLI:NL:RBMNE:2021:5000
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning en bevestiging vastgestelde waarde
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vastgestelde WOZ-waarde van een hoekwoning centraal. De heffingsambtenaar van de gemeente heeft de waarde voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op €336.000,-, welke eiser betwist en een lagere waarde van €280.000,- vordert. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen die rond de waardepeildatum zijn verkocht. De rechtbank oordeelt dat hiermee aannemelijk is gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede omdat de waarde per vierkante meter van de woning lager ligt dan die van de referentiewoningen. Daarnaast is rekening gehouden met het matige onderhoud en de ontbrekende dakopbouw ten opzichte van een referentiewoning.
Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met achterstallig onderhoud en dat de motivering tekortschiet. De rechtbank wijst dit af omdat de heffingsambtenaar de verschillen in onderhoud en voorzieningen heeft verwerkt in de waardecorrecties en de motivering in beroep voldoende is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €336.000,- wordt ongegrond verklaard.