Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 maart 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende parkeerde op 20 oktober 2019 op een parkeerterrein aan de Gevers Deynootweg te Den Haag waar betaald parkeren geldt met een maximale duur van één uur. Hij had via een app parkeerbelasting betaald, maar niet voor de volledige parkeerduur. De gemeente legde een naheffingsaanslag op wegens het niet voldoen van de volledige parkeerbelasting.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de parkeerregels voldoende kenbaar waren gemaakt via zoneborden en de parkeerautomaat, en de app informatie gaf over het parkeerregime. Belanghebbende voerde aan dat de parkeerplaats niet geschikt was voor betaald parkeren en dat borden niet goed zichtbaar waren door obstakels.
Het Hof oordeelde dat de parkeerplaats een openbaar terrein met belijnde vakken is binnen een parkeerzone waar parkeerbelasting verschuldigd is. De Heffingsambtenaar had met foto's en plattegronden aannemelijk gemaakt dat de borden en automaat voldoende kenbaar waren, ondanks tijdelijke zichtbelemmeringen. Ook was de maximale parkeerduur van één uur duidelijk aangegeven. Belanghebbende had onvoldoende onderzoek gedaan naar het parkeerregime, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.