Eiser, eigenaar van een perceel met bestemming 'Water met natuur- en landschapswaarde', vroeg omgevingsvergunningen aan voor het bouwen van een woonark met bijgebouw en voor aanleg van steigers met voorzieningen voor dagrecreatie en meerpalen. Het college stelde deze aanvragen buiten behandeling wegens strijd met het bestemmingsplan en gebrek aan ruimtelijke onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat de bouw van de woonark niet is toegestaan binnen het bestemmingsplan omdat de bouwregels geen woonarken toelaten. Het beroep tegen het buiten behandeling laten van deze aanvraag is daarom ongegrond. Voor de steigers oordeelt de rechtbank dat deze bouwwerken binnen de bestemmingen 'Natuurgebied' en 'Water met natuur- en landschapswaarde' passen en dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze aanvragen buiten behandeling zijn gesteld.
De rechtbank vernietigt daarom het besluit voor de steigers en draagt het college op binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij het college de aanvragen opnieuw moet toetsen aan het bestemmingsplan en overige relevante voorschriften. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.