Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoekers] , te [woonplaats] , verzoekers
Procesverloop
12 mei 2021 gedaan.
Rechtbank Midden-Nederland
Het geschil betreft de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Almere terecht een omgevingsvergunning heeft verleend voor een opbouw op de bestaande zijbeuk van een woning en een dakterras op een bestaande terrasoverkapping. Verzoekers betoogden dat de vergunning onrechtmatig was omdat geen aanvraag voor het dakterras was ingediend en dat de bouwwerken in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter stelde vast dat op de tekeningen het dakterras was ingetekend en dat de aanvraag via het Omgevingsloket Online duidelijk was. De bestaande zijbeuk werd als onderdeel van het hoofdgebouw aangemerkt, waardoor de opbouw niet in strijd is met het bestemmingsplan. Ook het dakterras op de overkapping werd als erfbebouwing beschouwd en voldoet aan het bestemmingsplan.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat het college terecht het positieve advies van de commissie welstand en erfgoed Almere heeft gevolgd, ondanks enkele opmerkingen van verzoekers over de ondertekening en de bezwaarprocedure. De toetsing aan het Bouwbesluit was volgens de rechtbank voldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen andere weigeringsgronden waren en dat het college gebonden was aan de vergunningverlening. Het beroep werd ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand. De schorsing van de vergunning vervalt daarmee en de nieuwe vergunninghouders mogen gebruik maken van de vergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.