ECLI:NL:RBMNE:2021:4728
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtmatig verblijf op grond van Unierecht wegens ontbreken van voorwaarden
Eiser, een Poolse staatsburger, werd op 13 januari 2020 uitgezet uit Nederland nadat eerder was vastgesteld dat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf op grond van de EU-richtlijn 2004/38. Na zijn terugkeer in Nederland werd opnieuw vastgesteld dat hij niet aan de voorwaarden voldoet, omdat hij geen arbeid verricht, geen studeert, geen middelen van bestaan heeft en geen reële kans op werk kan aantonen.
De politie had twijfels over het verblijfsrecht van eiser vanwege meerdere staande houdingen wegens overlast en gepleegde winkeldiefstallen. Eiser leidde een zwervend bestaan en was verslaafd aan heroïne. De belangenafweging door verweerder viel in het nadeel van eiser uit, omdat hij geen band met Nederland heeft opgebouwd en geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onterecht was en dat hij wel aan de voorwaarden voldeed, maar deze gronden werden verworpen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd niet gehonoreerd omdat het bestreden besluit uitsluitend de vaststelling betreft dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf.