ECLI:NL:RBMNE:2021:4646
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens onbekendheid gemachtigde ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant(e) tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van een beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking van de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde niet binnen de beroepstermijn de identiteit van degene namens wie het beroep werd ingesteld had kenbaar gemaakt.
In het verzet betoogde de gemachtigde dat de rechtbank en verweerder vanaf het begin wisten wie de belanghebbende was, mede vanwege lopende bezwaar- en beroepsschriften. Ook werden aanvullende verzoeken gedaan omtrent betalingsonmacht en een correcte griffierechtnota. De rechtbank oordeelde echter dat de beroepstermijn was verstreken en dat het gebrek aan tijdige kenbaarheid van de gemachtigde niet meer hersteld kon worden, conform vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank wees het verzet af omdat het niet mogelijk is om een beroep in te stellen namens een onbekende persoon na het verstrijken van de beroepstermijn. Ook werden verzoeken tot beoordeling van betalingsonmacht en griffierechtnota niet gehonoreerd. Een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat niet duidelijk was wie de benadeelde partij was.
De uitspraak van 14 december 2020 blijft daarmee in stand en het verzet wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.