ECLI:NL:RBMNE:2021:4586
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Wajong wegens onvoldoende motivering arbeidsvermogenontwikkeling
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV inzake zijn Wajong-uitkering. De rechtbank verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin het UWV werd opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen door een concrete motivering te geven over de mogelijkheden van eiser om arbeidsvermogen te ontwikkelen.
Het UWV heeft een aanvullende motivering ingediend, waarbij een verzekeringsarts informatie heeft ingewonnen bij Stichting MEE en Cordaan over begeleidingsmogelijkheden. Hoewel deze instellingen trajecten aanbieden voor mensen met een verstandelijke beperking, ontbreekt het aan een concreet op eiser toegespitst onderzoek, mede omdat eiser professionele begeleiding niet accepteert vanwege zijn beperkingen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld, omdat onvoldoende is aangetoond dat een dergelijk traject daadwerkelijk kan leiden tot arbeidsvermogenontwikkeling bij eiser. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Daarnaast wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.870,-. De rechtbank ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien of de rechtgevolgen in stand te laten, omdat de uitkomst nog te onzeker is.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.