Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
1.TENLASTELEGGING
2.VOORVRAGEN
3.WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.BEWEZENVERKLARING
5.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
6.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
7.OPLEGGING VAN STRAF
8.BENADEELDE PARTIJ
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
een gevangenisstraf van 36 maanden;
een gedeelte van 18 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- wijst de vordering ter zake van materiële en immateriële schade van [slachtoffer] toe tot een
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 16.025,92 te betalen, bij niet betaling aan te vullen met 115 dagen gijzeling.