ECLI:NL:RBMNE:2021:4384
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen ongegrond verklaard beroep op uitkeringsspecificatie niet-ontvankelijk
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank van 6 mei 2021, waarin het beroep van opposant tegen een uitkeringsspecificatie van 21 augustus 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde destijds dat deze specificatie geen besluit was in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het een herhaling betrof van een eerder genomen besluit.
Opposant stelde dat de uitkeringsspecificatie wel een besluit was waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. De rechtbank beoordeelde in het verzet echter niet de inhoudelijke juistheid van het beroep, maar of de eerdere uitspraak terecht zonder zitting was gedaan omdat er geen twijfel over de uitkomst bestond.
De rechtbank concludeerde dat de uitkeringsspecificatie van 21 augustus 2019 geen nieuwe rechtsgevolgen bevatte, maar slechts de voortzetting van een eerder besluit tot verlaging van de uitkering. Dit volgt ook uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep van 8 juli 2014. Daarom was het verzet ongegrond en werd het beroep terecht zonder zitting afgewezen.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat de uitkeringsspecificatie geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb is.